Uit een brief van een verzamelaar (2011):

“Afgelopen vrijdag ben ik, samen met een kunstverzamelaar, naar uw werk gaan kijken in Landsmeer. Na een algemene indruk deden we ergens de spotjes aan en zagen dat -hoewel de werken een geometrische sereniteit uitstralen- er geen sprake is van koel machinaal werk, maar van (allesbehalve koele) ambachtelijke arbeid.

Janneke Wesseling schreef dan wel in haar boek over de Nul-beweging dat het de Nul-kunstenaars niet meer om emoties ging, maar om objectieve informatie over de realiteit, toch kon ik me hier in het Gemeentehuis niet aan de indruk onttrekken dat in de beleving van de beschouwer een gevoelige snaar geraakt kan worden. Misschien door het seriële: de ritmische sfeer van de “eeuwige wederkeer van het gelijke” (om met Nietzsche te spreken), waardoor de paradox ontstaat dat een reliëf een stukje vertegenwoordigt van iets dat oneindig door kan gaan. Misschien ook door de allesomvattende maar tegelijk meest lege kleur: wit.

Over wit schreef Herman Melville in zijn beroemde boek Moby Dick het volgende (wellicht kent u het citaat, anders bij deze): “Al verhoogt wit bij veel in de natuur op verfijnde manier de schoonheid, alsof het er een bijzondere deugd inlegt. En al roept het vele associaties op met alles wat eerbaar en verheven is. Toch zit in de diepste kern van deze kleur iets ongrijpbaars. Zo ongrijpbaar dat ze de ziel met meer paniek doet slaan dan het rood van bloed”.

Uw reliëfs staan in een traditie, maar zijn er niet minder indrukwekkend om, integendeel; daarom zal ik uw werk (ook als kunstbemiddelaar) via uw website blijven volgen.”


Elizabeth Hillyard, the Founder of “Art without Ego” & Director of Art at Valdivia Galleries UK and initiator of the LinkedIn-Group “PROMOTE YOUR ART”,  took with great attention a look at the work on my website and sent me the following feedback and professional review (2015).

Dear Jan

Thank you for sharing your work with the group. 

I very much enjoyed looking at your website and seeing your pieces. 

A real sense of balance is echoed amongst these works on many different levels.  In terms of composition, through the juxtaposition of areas that are flat, raised or chiselled, the eye is led across interlocking, interweaving surfaces in repeated motifs that push the gaze to explore right to the edges of the pieces.  The pattern and repetition give a sense of equilibrium and perpetuity.

This sense of equilibrium and balance is further reflected by the many component parts that come together to make the whole harmonious piece.  The component shapes all look identical but each is still a unique piece in the whole.

At the same time, the blank white used in this series of works exhibits at first glance a sterile froideur, but is balanced by the tilted and scooped surfaces that are at once tactile and beckoning.  This blank white ensures there is no distraction to the viewer’s focus on the beauty of the shapes.  The white lends pure and simple elegance to the pieces but this apparent simplicity is also offset by the actual complexity of the geometric patterns.

In addition to this, on the one hand, the pieces are structural yet serious, indeed almost architectural in their form, with the interweaving surfaces seeming to reflect brickwork or perhaps the exteriors of office blocks.  On the other hand, the works are intricate and playful; one can almost visualise placing chessmen here and there on the chequerboard motifs; or perhaps one might imagine a silver ball gliding across the works’ seemingly labyrinthine surfaces.

In true reflection of the sense of balance they exhibit, the pieces are simple yet clever.” 

Thanks again for giving the group the opportunity to see your artworks.

I look forward to seeing more.

Best wishes,

Elizabeth Hillyard  BA
Director of Art
Valdivia Galleries
www.valdivia-galleries.com


Jan Hendriks - Nieuw werk

Speech tgv de opening van de expositie bij Galerie de Natris, Van Dulckenstraat 20, 6512 DT Nijmegen op zondag 7 mei 2017 om 15.00 uur door Wim de Natris, galeriehouder.

wdnatris@planet.nl / www.galeriedenatris.nl

Jan Hendriks (Tilburg 1946) is opgeleid als beeldend kunstenaar aan de toenmalige Academie Beeldende Vorming Tilburg (Fontys Hogeschool voor de Kunsten) en aan Academie Beeldende Vorming, Amsterdam (sinds 2015 Breitner Academie). Hij woont en werkt in Landsmeer, vlak bij Amsterdam.

De term “concrete kunst” hoor je vaak in verband met het werk van Jan Hendriks. De uitdrukking is gelanceerd in 1930 door Theo van Doesburg, een van de oprichters van De Stijl in 1917. Van Doesburg zag een wezenlijk onderscheid tussen de abstracte kunst van iemand zoals Kandinsky, die intuïtief en emotioneel was en de abstracte kunst, zoals hij nastreefde. Een manier van uitdrukken, die hij concrete kunst noemde. Concrete kunst was ook abstract, maar dan gebaseerd op rationele grondslag. Universele kunst die voor iedereen begrijpelijk zou moeten zijn.

Hendriks houdt niet van die soort bestempelingen. ‘Ik werk met eenvoudige vormen en materialen, karton, papier, hout, mdf, foam board. In eenvoudige ritmische composities…... Eenvoudig betekent een rechte lijn, eenvoudiger dan een vlak, een vierkant, eenvoudiger dan een rechthoek. Alles wat overbodig is mag weg. Eenvoudig betekent ook wit.’ Wat hij maakt stelt niets voor.

Maar met de minimale beeldtaal kun je toch heel veel. Voortdurend onderzoekt de kunstenaar wat je daar allemaal mee kunt doen. Door herhaling van geometrische elementen in witten en grijzen, kun je een breed scala van oplossingen scheppen. In deze tentoonstelling in Galerie de Natris laat Jan Hendriks zien dat de mogelijkheden nog lang niet zijn uitgeput. Nieuwe stappen voor de kunstenaar op nog lang niet geheel ontgonnen terrein. Niet alleen voor het oog, maar ook voor de geest. Voor het oog bestudeert Hendriks het effect wanneer je het geijkte kader, het klassieke ‘oervenster’ van het schilderij loslaat. Dat is weliswaar al eerder gebeurd bij de schilders van het ‘shaped canvas’ in de jaren zestig waarbij afscheid werd genomen van de klassieke begrenzingen zoals de rechthoekig, het vierkante of cirkelvormige formaat, maar nog niet eerder bij het experimenteren met seriële geometrisch elementen. Voor de geest omdat hier een, overigens oude, vraag wordt gesteld. Waar houdt de voorstelling van een schilderij op, waar begint de buitenwereld van het werk?

En, is Jan Hendriks wel een schilder? Er wordt weliswaar geschilderd, of beter gezegd beschilderd, want zijn werken zijn in wezen beschilderde reliëfs. Ook daarmee exerceert de kunstenaar. Hij beweegt zich op het vlak van het twee- en driedimensionale. Dat ‘tweesporenbeleid’ stelt het concrete in het werk wel tot discussie. Want hoe concreet, hoe rationeel is het werk van deze kunstenaar eigenlijk? Je vraagt je af of het werk van Jan Hendriks bij nadere beschouwing toch eigenlijk eerder intuïtief en emotioneel is dan puur rationeel.

Kortom, Jan Hendriks roept met zijn werk, dat in zijn woorden niets voorstelt, toch wel veel interessante vragen op. Goed kijken naar zijn werk is zo een spannende visuele en bespiegelende ervaring.